Patanjali en de gunas: tamas rajas sattva

Volgens de oude Indiërs, bijvoorbeeld Patanjali, heeft de wereld drie fundamentele eigenschappen, de gunas: tamas, rajas en sattva.

  • Tamas – massa, inertie, traagheid, duisternis, onwetendheid
  • Rajas – energie, hartstocht, drift, beweging, transformatie
  • Sattva – licht, zuiverheid, harmonie, helderheid, begrip

Het is alsof de werkelijkheid bestaat uit drie in elkaar gevlochten eigenschappen. Net zoals een koord kan bestaan uit drie in elkaar gedraaide strengen die met elkaar verbonden zijn.

Gunas: tamas, raja en sattva als drie strengen van een koord

De guna’s zijn eigenschappen van prakriti (de veranderlijke oermaterie) en niet van purusha (het onveranderlijke getuige-bewustzijn van elk persoon). De guna’s zijn werkzaam in de fysieke wereld en in binnenwereld van de mens. Ze zijn in verschillende verhoudingen aanwezig en dat verklaart de diversiteit van ons universum.

In de fysieke wereld zijn de guna’s: licht (sattva), energie (rajas) en massa (tamas). Ze verklaren ook de veranderlijke eigenschappen van onze binnenwereld. Als sattva in de persoon overheerst manifesteert dit zich als helderheid, rust, vreedzaamheid, onderscheidingsvermogen en gelukkigheid. Overheerst rajas dan zal de persoon gedreven zijn door energie, passie, rusteloosheid, begeerte en creativiteit. Tamas wordt gezien als de minst goede eigenschap waarbij lethargie, onwetendheid, ongeïnteresseerdheid en slaap overheersen.

Guna's als drie primaire kleuren op een schilderspalet

Zowel in de natuur als in de persoon is er een wisselend spel van de guna’s gaande. Het is alsof de drie primaire kleuren (geel, blauw, rood) zich steeds vermengen tot een gevarieerd kleurenpalet.

Patanjali en de guna’s

De guna’s komen een paar keer voor in de Yoga Sutra’s van Patanjali. Patanjali ziet ze als een bron van lijden: 

II-15: Voor de wijze is alle ervaring smartelijk vanwege zijn veranderlijkheid, door kwellende geheugenflarden of door het spanningsveld tussen de guna’s.

Patanjali spoort ons aan om te toegewijd te oefenen (abhyasa) en te onthechten (vairagyam). Door meditatie leren we ons minder te te laten meeslepen door de golven van de geest. We onthechten meer en meer van het spel van de guna’s:

I-16: In de hoogste staat van onthechting wordt men niet langer bewogen door de guna’s.

En als we de golven van de geest uiteindelijk tot rust gebracht hebben dan zijn we ook vrij van de drie strengen van traagheid, activiteit en evenwicht: 

IV-34: Door het oplossen van de guna’s treedt bevrijding op. Dan verblijft de geest in zijn ware aard. 

Op het pad van bevrijding beroeren de spelingen van de natuur de geest niet meer. De guna’s trekken zich dan terug in hun oorsprong (prakriti) en de bevrijde geest bevindt zich in zijn ware aard (purusha).

En zodoende weten we meer van de guna’s: tamas, rajas en sattva. En kunnen we Patanjali beter begrijpen.

Home » Yoga en meditatie informatie » Patanjali en de gunas: tamas rajas sattva