De Upadesa Saram is een compositie van Ramana Maharshi (1897 – 1950). Het beschrijft de essentie van zijn leer in dertig verzen. Dat is ook de letterlijke betekenis van de titel Upadesa (instructie) en Saram (essentie).
Ramana Maharshi werd in Tamil Nadu in het zuiden van India geboren. Hij was het tweede kind van een orthodox Hindoe-Brahmaanse familie. Op 16-jarige leeftijd kreeg hij een bijna-dood ervaring. Tijdens die ervaring stelde hij zich de vraag wie er dood ging en kwam zo tot een spontane zelfrealisatie. Na deze gebeurtenis vertrok hij naar Tiruvannamalai vlak bij de heilige berg Arunachala.

Hij verbleef daar gedurende vijftig jaar en werd bezocht door een constante stroom mensen uit India en het westen.
Ramana Maharshi beschreef zijn inzichten in de context van de Advaita Vedanta en het Shaivisme. Hij staat vooral bekend om het propageren van meditatief zelfonderzoek met de vraag “Wie ben ik?” (zie bijlage). Ramana overleed op 70-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker.
Upadesa Saram
Handelen
- Mijn handelingen dragen vruchten: dat is de wil van het universum. Zijn mijn handelingen dan het allerhoogste? Neen, ze zijn niet het Zelf.
- De vruchten van mijn handelen zijn vergankelijk. Ze dragen het zaad van toekomstig handelen. Dit stort mij in een oceaan van handeling, verre van het pad naar bevrijding.
- Onbaatzuchtig handelen als offer aan het hogere zuivert de geest op het pad naar bevrijding.
- Zeker: rituelen, mantra’s en meditatie (puja, japa, dhyana) – handelingen van lichaam, stem en geest – zijn opeenvolgende stappen naar bevrijding.
Meditatie
- Beschouw en aanbid de hele wereld – aarde, water, vuur, lucht, zon, maan en levende wezens – als vormen van het Zelf.
- Stille recitatie overtreft hoorbare mantra’s en nog luidere lofzangen.
- Meditatie die lijkt op een ononderbroken stroom olie of een doorgaande waterstroom overtreft meditatie met onderbrekingen.
- Maak geen onderscheid tussen jezelf en Hem. Meditatie zonder onderscheid middels “Ik ben Dat” (Soham) is sacraal.
- Verwijlen in een zuivere staat van zijn, los van alle gedachten, is het kenmerk van de allerhoogste devotie.
- De geest die verwijlt in het hart van het Zelf heeft het doel van devotie, yoga, handeling en kennis bereikt (bhakti, raja, kriya en jnana yoga).
Prana
- Beheersing van de adem kalmeert de geest zoals een vogel gevangen wordt in een net.
- De geest en de levensadem – gedachten en handelingen – zijn vertakkingen van één loot die aan dezelfde wortel ontspringen.
- Meditatieve absorptie kent twee vormen: tijdelijk (laya) en permanent (nasa). De geest keert terug na tijdelijke absorptie. In permanente absorptie komt de geest niet meer terug.
- Met beheerste adem en gecontroleerde gedachten keert de geest naar binnen om te vervagen en te verdwijnen in het Zelf.
- Zodra de geest verdwenen is keert de machtige yogi terug naar zijn natuurlijke staat en is er niets meer te doen.
De geest
- Ware wijsheid ontstaat zodra de geest externe objecten loslaat en zijn ware stralende aard vindt.
- De geest die onafgebroken aan zelfonderzoek doet vindt geen geest. Deze directe weg is voor eenieder toegankelijk.
- De geest bestaat uit gedachten. Alle gedachten steunen op de premisse van een “ik”. De geest is dus niets anders dan de ik – gedachte.
- Waar komt de ik-gedachte vandaan? Onderzoek naar het zelf doet de ik-gedachte verdwijnen. Dit is het pad naar wijsheid.
Het Zelf
- Wanneer het “ik” vervaagt verschijnt het oneindige, volmaakte Zelf, het Ene.
- Het Zelf is altijd aanwezig. Het bestaat zelfs tijdens de diepe slaap wanneer het “ik” van de waaktoestand verdwenen is.
- Het lichaam, de zintuigen, adem en de geest zijn onwerkelijk en niet het Zelf. Slechts het Zelf bestaat. Ik ben.
- Hoe zou er naast het Zelf nog een ander bewustzijn kunnen bestaan? Gewaarzijn is bestaan en bestaan is gewaarzijn.
- Het kleine zelf (jiva) en het Zelf verschillen in eigenschappen maar zijn in wezen gelijk.
- Wanneer je jezelf ziet los van alle eigenschappen dan zie je het goddelijke (Ishvara). Hij straalt immer als het ware Zelf.
- Het Zelf kennen is bestaan als het Zelf. Met deze kennis verwijlt men in nondualiteit. Er zijn geen twee zelven.
- Dit is de ware wijsheid, voorbij kennis en onwetendheid. Er bestaan geen objecten buiten het Zelf.
- Als men zijn ware aard gevonden heeft verwijlt men zonder begin of einde in gelukzalig gewaarzijn (chit-ananda).
- Voorbij onvrijheid en bevrijding dient men hier het allerhoogste.
- Zelfverwerkelijking voorbij het laatste spoor van het “ik” is de allerbeste beoefening (tapas). Zo zingt Ramana over het Zelf.
Referenties
Bovenstaande vertaling (interpretatie) is gebaseerd op:
- Swaminathan, K., Upadesa Saram (The Essence of the Teachings), ongedateerd gevonden op internet.
- Swami Shantanand Puri, Sadhanas from Upadesa Saram – Spiritual Instructions of Ramana Maharshi, Arpana 2014.
- Sri Ramana Maharshi, Upadesa Saram with English Translation and notes by B.V. Narasimhaswami, Tiruvannamalai, 1970.
- Weber, G., Happiness Beyond Thought (Appendix A), 2007.
Bijlage: wie ben ik?
De meditatieve methode voor zelfonderzoek staat in Who Am I? The Teachings of Bhagavan Ramana Maharshi, Tiruvannamalai, 2010.
10. How will the mind become quiescent?
By the inquiry ‘Who am I?’. The thought ‘who am I?’ will destroy all other thoughts, and like the stick used for stirring the burning pyre, it will itself in the end get destroyed. Then, there will arise Self-realization.
11. What is the means for constantly holding on to the thought ‘Who am I?’
When other thoughts arise, one should not pursue them, but should inquire: ‘To whom do they arise?’ It does not matter how many thoughts arise. As each thought arises, one should inquire with diligence, “To whom has this thought arisen?”. The answer that would emerge would be “To me”. Thereupon if one inquires “Who am I?”, the mind will go back to its source; and the thought that arose will become quiescent. With repeated practice in this manner, the mind will develop the skill to stay in its source. … Thus, when the mind stays in the Heart, the ‘I’ which is the source of all thoughts will go, and the Self which ever exists will shine.
Na verloop van tijd kan herhaling van “wie ben ik?” een afleiding gaan vormen. Laat de vraag dan vervallen en richt je aandacht op de ik-gedachte, het subjectieve gevoel van jezelf. Wees aandachtig en waakzaam terwijl je dit gevoel vasthoudt. (Niet op een bepaalde plaats in het lichaam, zoals het spirituele hart rechts van het midden.) Uiteindelijk zal de ik-gedachte oplossen en terugkeren naar de bron.
Het zelfonderzoek beperkt zich niet tot de zitmeditatie. Het is uitdrukkelijk de bedoeling dat het onderdeel wordt van het dagelijks leven.