Het is mijn bedoeling om Boeddha’s weg naar een bevrijd leven uiterst kort te beschrijven. Het leven en de leer van Boeddha zijn al uitstekend beschreven door Walpola Rahula1, Schumann2, Stephen Batchelor3, Thich Nhat Hanh4, de Breet en Janssen5 en vele, vele anderen. De Breet en Janssen hebben alle vroege geschriften (de Pali Canon) in het Nederlands vertaald.
Boeddha’s weg naar een bevrijd leven laat zich samenvatten als de middenweg, de vier edele waarheden en het achtvoudige pad. Het leidt naar bevrijdend inzicht en een leven vol compassie en wijsheid.
De middenweg

De middenweg betekent in eerste instantie het midden tussen strenge ascese en opgaan in zintuiglijk genoegen. Maar ook het loslaten van onze vastgeroeste opvattingen: het midden tussen “het is” en “het is niet”. Bijvoorbeeld, het midden tussen eternalisme (ik heb een eeuwig en onafhankelijk zelf) en nihilisme (er is geen zelf). Boeddha was wars van metafysische uitspraken en beschreef een pragmatisch pad naar een bevrijd leven. Daar hoort geen zwart-wit oordeel bij.
De viervoudige opdracht
In plaats van de gebruikelijke vier edele waarheden hebben we het hier over vier opdrachten voor ons leven:
- Het lijden (dukkha) moet begrepen worden.
- Het ontstaan (samudaya) van reactiviteit moet losgelaten worden.
- De beëindiging (nirodha) van reactiviteit moet gerealiseerd worden.
- Het achtvoudig pad (marga) moet gecultiveerd worden.
Dukkha en reactiviteit
Ons leven kent de nodige hindernissen. Het is als een slecht lopend wiel (dukkha), onbevredigend. Het ligt in onze aard om bijna instinctief op de hindernissen te reageren. Deze reactiviteit bestaat uit begeerte, haat en onwetendheid (de drie vuren). Maar ook als verlangen naar zintuigelijk genoegen, verlangen naar bestaan, vastgeroeste opvattingen en onwetendheid (de vergiften of bezoedelingen).
Vergankelijkheid
Boeddha’s inzicht is gestoeld op vergankelijkheid en voorwaardelijkheid, zoals verwoord in:
<< Al wat onderworpen is aan ontstaan dat is onderworpen aan vergaan. >>
En juist die vergankelijkheid opent de mogelijkheid om onze ingeboren reactiviteit te herkennen en los te laten. We kunnen inzien dat onze gevoelens, gedachten en impulsen veranderlijk zijn. Ze komen op en ze verdwijnen. We hebben de keuze om deze reactiviteit naast ons neer te leggen.
Geen zelf en de skandha’s
Dat vergt wel aandachtstraining en bewustwording, beide belangrijker dan bijzondere bewustzijnstoestanden (samadhi). Want zelfs na grootse verlichtingservaringen keert men terug naar de persoon met zes zintuigen die aan lijden onderhevig is. Ook de ontwaakte Boeddha was een persoon, een man geboren in Noord India, lid van de Sakiya-familie en vader van zoon Rahula. Ook hij kende het lijden in de vorm van ziekte, ouderdom en dood. Maar hij nam zich voor om zijn reactiviteit los te laten.
Hij had de relativiteit van het “ik – mij – mijn” complex doorzien (anatta). Een onafhankelijk en onvergankelijk zelf is volgens Boeddha niet te vinden. Want alles wat ons tot een persoon maakt – lichaam, gevoelens, perceptie, drijfveren en bewustzijn (skandha’s) – is vergankelijk en onderling afhankelijk.
Onderlinge afhankelijkheid en karma
Boeddha zag dat alles onderling verbonden en afhankelijk van voorwaarden en condities is.
<< Wanneer dit is, is dat.
Van het ontstaan van dit, komt het ontstaan van dat.
Wanneer dit niet is, is dat niet.
Van het eindigen van dit, komt de beëindiging van dat. >>
Onze daden, woorden en gedachten hebben consequenties (karma). Onheilzame daden hebben slechte gevolgen en heilzame daden hebben goede gevolgen. Omdat de gevolgen van onze daden nooit helemaal te overzien zijn telt vooral onze intentie.
Nirvana
Boeddha heeft het over een toestand van lumineus bewustzijn voorbij de paren van tegenstellingen, een tijdelijke toestand waarin alle vergiften uitgedoofd zijn (nirvana). Hij gebruikt voor nirvana ook het synoniem ‘doodloze’ – een bevrijde geest zonder begeerte, haat en onwetendheid. Dat is een bevrijdende, verlichte toestand die buiten ons alledaagse bewustzijn ligt. Anderzijds hebben velen die Boeddha’s woorden voor het eerst hoorden beseft dat we onze reactiviteit kunnen laten varen. Ook dat is de bevrijding (nirvana) die duidelijk zichtbaar, onmiddellijk toepasbaar en verheffend is. Deze bevrijding is met het alledaags bewustzijn te bevatten. We kunnen immers beslissen om onze reactiviteit te doorzien en met meer wijsheid en mededogen in het leven te staan. We moeten ons daar wel in oefenen, zoals beschreven in het achtvoudige pad.
Het achtvoudige pad
Wijsheid
- Juiste visie – intieme kennis hebben van de vier edele waarheden
- Juiste besluit – loslaten van alle reactiviteit in de vorm van begeerte, haat en onwetendheid
Ethiek
- Juist spreken – niet liegen, niet roddelen, geen kletspraat en geen grove taal uiten
- Juist handelen – niet doden, niet stelen, geen seksueel wangedrag
- Juist levensonderhoud – opgeven van handel in wapens, vlees en verdovende middelen
Concentratie
- Juiste ijver – onheilzame gedachten opgeven en niet laten opkomen, heilzame gedachten bevorderen. Het cultiveren van de verlichtingsfactoren – aandacht, onderzoek, ijver, vreugde, kalmte, concentratie, gelijkmoedigheid – is zeker heilzaam.
- Juiste aandacht – energieke en volbewuste aandacht voor het lichaam, de gevoelens, de geestesgesteldheid en denkprocessen
- Juiste contemplatie – loslaten van de vijf hindernissen (zintuigelijk verlangen, boosheid, luiheid, rusteloos piekeren en twijfel) en verblijven in het vierde meditatiestadium (jhana) gekenmerkt door louter aandacht en gelijkmoedigheid.
Ik buig voor Gautama
Die met compassie
De dharma onthulde
Die alle standpunten wegvaagt.
Nagarjuna (Verzen van het Midden)
Voetnoten
- Walpola Rahula, What the Buddha Taught, 1959. ↩︎
- Schumann, H.W., The historical Buddha, Motilal Bernasidas, 2016 (Duits origineel 1982). ↩︎
- Batchelor, S., After Buddhism, rethinking the dharma vor a secular age, Yale University Press, 2015. ↩︎
- Thich Nhat Hanh, Het Hart van Boeddha’s Leer, Becht, 1998. ↩︎
- Jan de Breet en Rob Janssen, Digha-Nikaya. De verzameling van lange leerredes, Asoka 2004 – 2005, pp 9 – 41. ↩︎