Dit artikel gaat over pratyahara, beheersing van de zintuigen. We volgen dit thema vanaf de vroege Katha Upanishad, via de Bhagavad Gita, naar Patanjali en Goraksha. We beschrijven ook twee hatha yoga oefeningen voor de beheersing van de zintuigen: prana pratyahara en yoni mudra.
Zintuigen van de yogi: indriya’s
De yoga verteld ons dat de mens vijf organen van perceptie (jnanendriyas) heeft: neus, tong, ogen, huid en oren. Er zijn ook vijf corresponderende organen van actie (karmendriyas): uitscheiden, voortplanten, bewegen, grijpen, spreken. De mens lijkt dus op een huis met tien deuren – vijf ingangen en vijf uitgangen.
Het woord “indriya” betekent “horen bij” en heeft als kern “Indra”. Indra is de machtige Vedische godheid van het weer, de lucht en de donder. Dat geeft al aan dat alle indriyas – zintuigen – volgens de yogi niet passief zijn maar een eigen kracht of vermogen hebben1,2. Het is alsof het oog een straal naar een boom uitzendt om het beeld van de boom op te vangen waarna de psyche de vorm van de boom aanneemt. Of het oor naar het snaarinstrument grijpt om de klank te kunnen horen. En de kracht van de huid naar de omgeving grijpt om te voelen of het warm of koud is. En zo ook het ruiken en proeven.
Vanuit deze theorie is het begrijpelijk dat de yogi de zintuigen zou kunnen beheersen en naar binnen dirigeren, net zoals de schildpad zijn ledematen intrekt.
Katha Upanishad
Beheersing van de zintuigen (pratyahara) is een oeroud thema in de Indiase geschriften. Net zoals de onderstaande analogie van de strijdwagen. De Katha Upanishad3 schrijft (ca. 300 v.C.):
Weet dat het Zelf de berijder is van de strijdwagen, het lichaam.
De wagenmenner is de rede (buddhi) en de teugels zijn de geest (manas).
De zintuigen (indriyas) zijn de paarden en hun objecten de weide.
Hij die gevormd wordt door vereniging van het Zelf, de rede en de zintuigen noemen de wijzen een "genieter".
De mens wordt in de Katha Upanishad aangemoedigd om de zintuigen te beheersen zoals een goed wagenmenner zijn paarden onder controle houdt.

Bhagavad Gita
De Bhagavad Gita4 (ook ca. 300 v. C.) noemt:
II-58 Wanneer iemand, zoals een schildpad die zijn ledematen intrekt, de zinnen afhoudt van de objecten der zinnen, dan is hij evenwichtig en beheerst van denken.
II-61 Laat iemand daarom, als hij de zinnen onder beheersing heeft gebracht en zijn gedachten verstild, standvastig in yoga verblijven met zijn denken op Mij als allerhoogste gericht. Want hij van wie de zinnen onder beheersing zijn gebracht, is stabiel van denken geworden.
II-64 Maar de mens met zelfbeheersing, die zich beweegt te midden van de objecten der zinnen zonder erdoor aangetrokken of afgestoten te worden, en die zich heeft onderworpen aan het Zelf, komt tot vrede van het hart.
Ook hier wordt de mens aangespoord om de zintuigen de beheersen. De analogie van de schildpad die zijn ledematen intrekt is een veelgebruikte analogie. Dit beeld past goed bij de toen heersende ideeën over de werking van de zintuigen (jnanendriyas en karmendriyas). Aan de zintuigen van perceptie werd een actieve rol toebedeeld. Alsof het oog een lichtstraal uitzendt om een object waar te nemen. Waarna de geest als het ware de vorm van het uitwendige object aanneemt.
Voor moderne westerlingen is het moeilijk om voor te stellen dat we de jnanendriyas wilsmatig kunnen beheersten (neus, tong, ogen, huid en oren). Wij vinden dat deze zintuigen passief zijn. De verwerking van de zintuiglijke indrukken is wel actief, maar dat gebeurt in de hersenen. De analogie van de schildpad is voor ons dus niet zo gemakkelijk. Een andere analogie, die van een terugtrekkende schaduw rond het middaguur, sluit beter bij onze beleving aan. Tijdens meditatie kan het voorkomen dat geluiden en visuele indrukken naar de achtergrond verdwijnen. Terwijl het denken verstilt zullen de zintuigen als vanzelf beheerst worden en wordt de geest stabiel (BG II-61).
Beheersing van de organen van handeling (karmendriyas) is gemakkelijker voor te stellen. We kunnen ons beheersen door geen misstappen te begaan in woord en daad. We kunnen anders leren omgaan met onze ingeboren reactiviteit, door onze reacties op de omstandigheden op te merken en ook weer los laten (vairagya in Yoga Sutra I- 12). In die toestand beweegt de mens zich dan vredevol te midden van de objecten van de zintuigen (BG II-64).
Yoga Sutra van Patanjali
Aan het einde van het tweede hoofdstuk van de Yoga Sutra’s van Patanjali (2e eeuw n.Chr.) staat het volgende5,6:
2.54 Wanneer de geest zich terugtrekt uit het contact met externe objecten (pratyahara) dan doen de zintuigen dit ook.
2.55 Daaruit volgt de hoogste beheersing van de zintuigen.
De beheersing van de zintuigen markeert bij Patanjali de overgang van de uitwendige naar de meer inwendige disciplines. Van de beoefening van de voorschriften, de zithouding en ademhalingstechnieken naar een meer meditatieve vorm van yoga.
Naar mate de beoefening van pranayama vordert wordt de geest minder verstoord door indrukken van buitenaf. Dan kan de geest zich gemakkelijker richten op het object van meditatie, bijvoorbeeld de adem. Indrukken van de zintuigen verstoren de concentratie niet meer.
De strekking van Patanjali is dat de geest (het gewaarzijn) lijkt op de bijenkoningin en de zintuigen op de werkbijen. Daar waar de koningin heen gaat zullen de werksters volgen. Als de bijenkoningin rust dan rusten de werkbijen ook. Als de geest beheerst is dan zijn de zintuigen dat ook.
Goraksha Paddhati
Hieronder volgt een tekst die aan Goraksha, de vader van hatha yoga, wordt toegeschreven. Maar de tekst is waarschijnlijk van een veel latere datum, namelijk de 13e eeuw7.
2.24 Zoals een schildpad zijn ledematen intrekt, zo zal de yogi de zintuigen in zichzelf terugtrekken.
2.25 De yogi herkent in alles wat hij met zijn oren hoort, plezierig of onplezierig, het Zelf en beheerst zijn gehoor.
2.26 De yogi herkent in alles wat hij met zijn neus ruikt, plezierig of onplezierig, het Zelf en beheerst zijn reukgevoel.
2.27 - 2.29 Zo ook voor ogen en zien, de huid en het aanraken en de tong en smaak.
Dit is een bredere formulering van wat de Yoga Sutra’s beogen. De indrukken van de zintuigen – plezierig op onplezierig – worden met gelijkmoedigheid erkend. Bovendien weet de yogi dat zowel de externe objecten, de zintuigen en de geest niets anders zijn dan het Zelf (zuiver bewustzijn). Het object (geluid), het oor (zintuig) en het subject (de geest) zijn alle het Zelf. Dit is de hoogste realisatie van de yogi.
Beoefening volgens de hatha yoga
N.B. De volgende pratyahara-oefeningen zijn niet geschikt voor mensen met depressie of mensen die teveel in zichzelf gekeerd zijn. Het kan de symptomen alleen maar versterken.
Vitale punten: adhara’s
Er werd al gesteld dat wilsmatige beheersing van de zintuigen tijdens meditatie niet behulpzaam is. Pratyahara is in wezen een gevolg van een meditatieve houding en niet de oorzaak ervan. Kan pratyahara dan niet beoefend worden? Toch wel.
De vroege hatha yoga geschriften bevelen concentratie op adhara’s, vitale punten aan. Deze steunpunten staan ook wel bekend als marma’s in de ayurveda. Deze krachtpunten vormen de brug tussen het fysieke, het energetische en het mentale. Het aantal en de locatie van de vitale punten verschilt van tekst tot tekst. We noteren er hier zestien (16) met wat commentaar.8,9
Tabel met de vitale punten
| Vitale punten | Beschrijving |
| beide grote tenen | staan in verband met de ogen. Concentratie op de grote tenen kalmeert het visuele en dus het mentale |
| Perineum (anus) | in muladhara chakra (wortelchakra), zetel van kundalini en begin van de sushumna, Brahma granthi waarin onze dierlijke aard overwonnen kan worden |
| Rectum (uitwendige kringspier) | Deze sluitspier wordt bewogen tijdens ashvini mudra |
| geslachtsorganen | in svadhistana chakra, bron van seksuele energie, beginpunt van de fysieke ademhaling |
| diep in het lichaam tussen schaambeen en navel | uddiyanadhara, de oorsprong van alle nadi’s (kanda), oorsprong van uddiyana bandha |
| navel | manipura chakra, bron van energie |
| hart | in het hart chakra, Vishnu granthi waarin het egoïsme getransformeerd kan worden tot liefde en mededogen |
| keel | in vishuddhi chakra, eindpunt van de fysieke adem, geboortegrond van udana (opwaartse energie) |
| wortel van de tong | jihvadhara |
| huig | zachte achterkant van het gehemelte, plaats van de tong in kechari mudra |
| taluadhara | nog verder achterin de keel, in het verlengde van het zachte gehemelte, een plek die in verband staat met ajna chakra |
| puntje van de neus | nasagradhara, concentratiepunt voor de ogen (nasagra dristhi) |
| wortel van de neus | tussen de ogen |
| punt tussen de wenkbrauwen | ajna chakra, concentratiepunt voor de ogen (brumadhya drishti), Shiva (of Rudra) granthi, transformatie van intellect naar spiritualiteit |
| voorhoofd | binnenkant van het voorhoofd, bron van het innerlijke licht |
| fontanel | sahasrara chakra, plaats van vereniging van Shiva en Shakti |
Oefenen met de vitale punten
Men kan met de adhara’s oefenen door de aandacht er op te richten. Dat kan in een zithouding of liggend op de rug (savasana). Allereerst van onder naar boven, van de grote teen naar de kruin. En daarna van boven naar onder, van de kruin naar de grote teen. De aandacht wordt gericht door elk punt in gedachten te benoemen, te visualiseren, te voelen en er mee te ademen. De ademenergie (prana) wordt als het ware in ieder punt geplaatst. Men kan desgewenst twee tot vijf ademhalingen in ieder punt verblijven. De zintuigen komen vanzelf tot rust als de aandacht zo gericht wordt.
Ter motivatie beweren de oude teksten dat deze beoefening alle ziektes overwint en meesterschap over yoga brengt!9
Een meer gevorderde oefening heeft ook een meer gedetailleerde instructie. Dan heet het prana pratyahara of vayu pratyahara10. Bij de overgang naar een volgend punt ademt men uit, gevolgd door een leegtepauze. Een pauze met volle longen volgt op de inademing in het nieuwe vitale punt.
In de stilte van die overgang kan er groot inzicht ontstaan!
62. Als je aandacht een object verlaten heeft en je aandachtig blijft zonder naar het volgende object te gaan, dan, in de toestand tussen die twee, ontvouwt zich het hogere11.
Yoni mudra
Een andere beoefening heet yoni mudra. Typisch een oefening uit het arsenaal van de “krachtige” yoga12. Een mudra is een houding, slot of bezegeling. Yoni is de baarmoeder, de bron van alles. Het gaat hier in eerste instantie om het wilsmatig afsluiten van de zintuigen.
In een klassieke zithouding sluit men zoveel mogelijk zintuigen af van de buitenwereld. De duimen sluiten de oren af door het stukje kraakbeen aan de voorkant van het oor (tragus) op de gehoorgang te drukken. De wijsvingers liggen zachtjes op de oogleden van de gesloten ogen. De middelvingers sluiten de neusgaten af. De ringvingers en de pink liggen om de gesloten lippen heen. Deze mudra staat ook bekend als Shanmukhi Mudra omdat de zeven poorten van het aangezicht worden afgesloten.
En natuurlijk moeten de wijsvingers af en toe de neus vrij laten om te kunnen ademen. In deze houding is er een aantal mogelijkheden. Bijvoorbeeld om tijdens pauzes met volle longen naar innerlijke geluiden te luisteren. Het geruis van de bloedstroom in de oren wordt al snel merkbaar. Maar zijn er nog subtielere geluiden waar te nemen? In de kruin, tussen de wenkbrauwen of in het hart?

Ook yoni mudra leidt tot inkeer, pratyahara. Net zoals een embryo in de baarmoeder is afgesloten van de buitenwereld. Ter motivatie menen de oude teksten dat deze mudra alle zonden overwint!
Commentaar
Ik heb mij altijd verbaasd over het beeld van de schildpad die de ledematen intrekt als analogie voor pratyahara. Alsof onze zintuigen wilsmatig beheersd zouden kunnen worden. En dat een yogi zich hierdoor volledig van de omgeving zou kunnen afsluiten, net als de schildpad.
Moderne wetenschap
Wij weten natuurlijk beter. De natuurkunde vertelt ons dat de boom licht reflecteert. Ons oog en het gezichtszintuig zijn in staat om die elektromagnetische signalen op te vangen, via de gezichtszenuw naar de hersenschors te sturen waar de data worden georganiseerd zodat we kunnen zien. En dat de snaar van een gitaar de lucht doet trillen en dat die geluidsgolven door ons trommelvlies worden opgevangen en in het binnenoor omgezet worden in elektrische signalen die onze hersenen interpreteren als muziek. Onze zintuigen zelf zijn dus passief en hebben geen eigen kracht los van de interpretatie in de hersenen.
Deze interpretatie is echter geen passief proces. Bij het interpreteren van de signalen van onze zintuigen spelen training, geheugen, aandacht en onze verwachtingen wel degelijk een rol. Voorbeelden: een getrainde schaker zal veel eerder patronen op het schaakbord herkennen dan een beginner. Om een boom te herkennen moet je geheugen al eerder het patroon van een boom hebben opgeslagen. Als je heel aandachtig leest zal een zacht geluid in de omgeving misschien niet opvallen. En als je, als Nederlander, een rode brievenbus verwacht zul je in Frankrijk moeite hebben om een brievenbus te vinden, want daar zijn de brievenbussen geel!
De cognitieve wetenschap bestudeert de interpretatie van de signalen van de zintuigen. Hoe worden de optische signalen afkomstig van een boom (perceptie) omgezet naar de kennis (cognitie) dat het om een boom gaat? Daar is het laatste woord nog niet over gezegd. Een mogelijke invalshoek is dat onze hersenen daadwerkelijk het patroon van de boom aannemen. Bestaat er dan nog een verschil tussen perceptie en cognitie? Neemt onze geest echt de vorm van de boom aan, zoals de yogi al veronderstelden? En is het niet zo dat ons brein altijd een werkelijkheid construeert? We nemen dan nooit een zogenaamd objectieve werkelijkheid waar want die wordt altijd verhuld door de interpretaties en constructies van ons brein!
Analogie van de bijenkoningin en de schaduw
Ik voel mij dan ook beter thuis bij de analogie van de bijenkoningin. Als we, volgens Patanjali, door pranayama of meditatie onze psyche (chitta) naar binnen richten, zullen de zintuigen dat ook doen. De werksters (zintuigen) zullen de bijenkoningin (psyche) volgen. Tijdens onze beoefening zijn de karmendriyas al beheerst. De lichaamshouding is onbeweeglijk en we spreken niet. En met betrekking tot de jnanendriyas: het oog kijkt maar ziet vrijwel niets. De oren horen maar reageren minder op de geluiden. Het oor went aan het geluid van een tikkende klok en de neus aan de geuren in de ruimte. Door de verstilling van de psyche komt de verwerking van de zintuiglijke indrukken ook tot rust.
Pratyahara wordt dan een passief proces, gevolg van pranayama of meditatie. De beheersing van de zintuigen gebeurt in onze psyche, en niet in de zintuigen zelf. Hun beheersing is dan zo natuurlijk als een schaduw die zich rond het middaguur terugtrekt naarmate de zon hoger aan de hemel staat. Deze insteek past beter bij ons wetenschappelijk inzicht in passieve zintuigen die meedoen aan een actief proces van perceptie.
Goraksha voegt een spirituele dimensie aan de discussie toe. Alle indrukken van de zintuigen – plezierig op onplezierig – worden met gelijkmoedigheid erkend. Bovendien weet de yogi dat zowel de externe objecten, de zintuigen en de geest niets anders zijn dan het Zelf (zuiver bewustzijn). Het object (vorm), het kijken met het oog (zintuig) en het subject (de psyche en het “ik”) zijn alle het Zelf. Het gekende, het kennen en de kenner vallen samen in het Zelf. Dit is de hoogste realisatie van de yogi.
Voetnoten
- Varenne, Jean, Aux sources du Yoga. Comprendre son origine: l’Hindouisme, Jacques Renard, Paris 1989-2019, p 120. ↩︎
- King, R. Indian Philosophy. An Introduction to Hindu and Buddhist Thought, Edinburg University Press, 1999, pp 147-149. ↩︎
- Whitney, W.D., Translation of the Katha Upanishad, 1886, Valli III-3, p 103 (JSTOR). ↩︎
- Keus, C. Bhagavad Gita, II-58-64, Ankh Hermes 2012, p. 40. ↩︎
- Hartranft, C., The Yoga Sutra of Patanjali, Shambala Classics, 2003, pp 42-43. ↩︎
- Stiles, Yoga Sutra’s of Patanjali, Red Wheel/Weiser, 2002, pp30, 94. ↩︎
- Goraksha Paddhati, vertaald door G. Feuerstein, The Yoga Tradition, Hohm Press, 2002, p. 413. ↩︎
- Vimanarcanakalpa 97, in Mallison J. & M. Singelton, Roots of Yoga, Penguin Classics, 2017, p. 190. ↩︎
- Thikomiroff, C., Le Banquet de Shiva, Editions Dervy, 2013, pp 73 – 75 ↩︎
- Yogayajmavalkya Samhita, translated by T.K.V. Desikachar, Krishamacharya Yoga Mandiram, 2000, p 102 ↩︎
- Vijnana Bhairava Tantra, commentary by Swami Lakshman Joo, Indica Books, 2007. pp. 83-84. ↩︎
- Gheranda Samhita, verzen 37-44. ↩︎
- Avalon, A. (Sir John Woodroffe), The Serpent Power, Ganesh & Co, 1950, plate XV. ↩︎