Spandakarika in het Kashmir Shaivisme

Inleiding

De Spandakarika, één van de belangrijkste geschriften van het Kashmir Shaivisme. Deze verzen gaan over de heilige kosmische vibratie. De mysticus Vasagupta schreef ze aan het begin van de 9e eeuw van onze jaartelling.

Het thema is dat de uiteindelijke werkelijkheid (Shiva oftewel zuiver bewustzijn) een dynamische aard heeft. Het is zelfbewust, actief en beschikt over de vrije wil tot handelen1. Dit in tegenstelling het statische Brahman uit de Advaita Vedanta. Het universum is dan ook geen illusie maar een reële manifestatie van het absolute (Shakti).

spandakarika - kosmische vibratie in het Kashmir Shaivisme

Ook dit is in tegenstelling to de wereldontkennende Advaita die het universum als een illusie beschouwt. Het Shaivisme omarmt de wereld als een goddelijke manifestatie. De uiteindelijke werkelijkheid wordt voorgesteld als een kosmische, heilige vibratie (spanda). Aan het einde van de spirituele reis (bevrijding) verschijnt het universum als een vorm van zuiver bewustzijn.

De verzen

  1. Wij prijzen zuiver bewustzijn (Shiva), bron van alle glansrijke krachten (Shakti), die door het knipperen met de ogen het universum kan laten verschijnen en weer oplossen in zichzelf.
  2. De kosmische vibratie (spanda), bron van het universum en van allen, is grenzeloos omdat hij vormloos is.
  3. De verschillende bewustzijnstoestanden, zoals waken en slapen, zijn niets anders dan deze vibratie. Spanda verblijft immer als de Ziener in zijn eigen natuur.
  4. <<Ik ben gelukkig, ik heb verdriet, ik ben gebonden>> zijn kennelijk gedachten van een ander, gedachten die als parels in een ketting aan elkaar geregen zijn.
  5. Daar waar er geen vreugde en verdriet, geen subject en object noch gevoelloosheid bestaan, dat is de hoogste staat van bewustzijn (spanda).
  6. Bestudeer dit principe van spanda zorgvuldig en eerbiedig.
  7. In Zijn natuurlijke vrijheid kunnen de zintuigen, hoewel zelf gevoelloos, samen met het intellect, ego en de geest handelen, objecten naar zich toetrekken, vreugde putten uit hun bestaan en ze weer laten verdwijnen in zichzelf.
  8. Dit beperkte individu kan het verlangen naar verlichting niet dirigeren. Maar als hij in contact komt met de kracht van het Zelf dan wordt hij gelijk aan dit principe.
  9. Als de rusteloosheid van dit onzuivere en aan handelen verslaafde individu helemaal verdwijnt, dan verschijnt de hoogste staat.
  10. Dan straalt zijn ware aard van kennis en activiteit waardoor hij alles weet en kan handelen naar believen.
  11. Hoe kan hij, die steeds terugkeert naar deze wonderbaarlijke bron van zijn ware aard nog gebonden zijn aan het rad van wedergeboorte?
  12. Niet-zijn kan geen object zijn van meditatieve absorptie, want waar was dan het bewustzijn dat het niet-zijn aanschouwde?
  13. Contemplatie op het niet-zijn is een artefact dat lijkt op de diepe slaap. Je kunt het principe van spanda, op deze wijze, als een herinnering, niet kennen.
  14. Er zijn twee kanten aan spanda, die van de daad en die van de dader. Van die twee is de daad vergankelijk maar de dader niet.
  15. Slechts de daad verdwijnt in het beschouwen van het niet-zijn. Alleen een dwaas zou dan denken <<ik ben verdwenen>>.
  16. Zijn ware aard, bron van alwetendheid, kan nimmer verdwijnen tijdens het niet-zien van een object.
  17. Voor de volledig verlichte mens is het Zelf immer aanwezig in de drie bewustzijnstoestanden van waken, dromen en de diepe slaap. Voor anderen is het Zelf slechts aanwezig aan het begin en einde van elke toestand.
  18. Het alomtegenwoordige bewustzijn (Shiva), verenigd met zijn allerhoogste kracht (Shakti) als kenner en het gekende, verschijnt tijdens het waken en dromen als kennis en de objecten van kennis. In andere toestanden verschijnt hij slechts als Bewustzijn.
  19. De individuele verschijningsvormen van spanda komen voort uit het alomtegenwoordige spanda. Zij kunnen geen hindernis vormen voor de volledig ontwaakte.
  20. Dit ondermaanse is gericht op het versluieren van de ware aard van de mens waardoor deze verdoemd lijkt tot het rad van wedergeboorte waaraan men slechts moeilijk ontsnappen kan.
  21. Toch zal diegene die gebrand is op de heilige vibratie spoedig zijn ware aard realiseren, zelfs tijdens de waaktoestand.
  22. De kosmische vibratie kan ook gerealiseerd worden in momenten van ontzettende woede, buitengewone vreugde, in een diepe impasse of tijdens de strijd om te overleven.
  23. In de greep van de hoogste staat van spanda heeft de mens het vaste voornemen <<wat het Zelf verlangt dat zal ik zeker doen>>.
  24. Toevlucht nemend tot spanda zullen de maan en de zon zich verenigen in het opwaartse pad naar de fontanel.
  25. Hier verblijft de ontwaakte mens in een staat van volledige verlichting, maar de onwetende raakt er verdoofd alsof hij in een diepe slaap verkeert.
  26. Mantra’s, goden en heilige spreuken zijn werkzaam in de zoekende mens.
  27. Maar als zij hun taken verricht hebben dan lossen zij samen met de zoeker op in de heilige vibratie. Alles is van nature zuiver bewustzijn.
  28. Het individuele zelf is gelijk aan het universum omdat alle levende wezens in zijn alwetendheid in Hem ontstaan en Hij zich met alles identificeert.
  29. Er is geen toestand buiten zuiver bewustzijn (Shiva), niet in woord, object of gedachte. Bewustzijn is altijd aanwezig in het veld van ervaring. Alles is Shiva/Shakti.
  30. Wie deze kennis en realisatie heeft en altijd verenigd is met het hogere Zelf ziet de hele wereld als een spel van goddelijk bewustzijn. En hij is in dit leven bevrijd. Hierover bestaat geen enkele twijfel.
  31. Hij die volhardt in meditatie ziet de eenheid tussen zichzelf en het object van meditatie.
  32. Alleen zo verkrijgt hij het ambrozijn van onsterfelijkheid. Alleen dit is de realisatie van het Zelf. Alleen dit is de bevrijdende initiatie tot de identificatie met zuiver bewustzijn (Shiva).
  33. Als Shiva hartstochtelijk aangeroepen wordt zal hij alle wensen van de ontwaakte mens die zon en maan liet opstijgen in vervulling doen gaan.
  34. In een droom verschijnt hij in het centrale kanaal van de toegewijde yogi om de gewenste objecten te manifesteren.
  35. Anderzijds is de manifesterende kracht van nature altijd vrij om te handelen zoals dat bij de gewone mensen tijdens waken en dromen gebeurt.
  36. Een object wordt meestal eerst vaag en dan met grotere helderheid gezien door inspanning van de eigen aandacht.
  37. Zo zal de goddelijke vibratie zich helder manifesteren aan de vurige strever waarna alles samenvalt met de essentie van zijn ware aard.
  38. Zelfs een zwak persoon die een beroep doet op de kosmische vibratie zal succesvol zijn in het handelen. Zoals een uitgehongerde voedsel zal vinden.
  39. Doordrenkt van kosmische vibratie verblijft het lichaam van de yogi in het alwetende en almachtige Zelf.
  40. Lethargie kan de mens omlaaghalen zoals een plunderaar een huis van kostbaarheden berooft. Maar deze uit onwetendheid geboren lethargie wordt weggenomen door de onbegrensde verruiming van het bewustzijn.
  41. Zoals de ene gedachte wordt vervangen door de volgende. Zo moet kan men de verruiming van de geest zelf ervaren.
  42. Goddelijke lichten, geluiden, smaken en vormen kunnen een obstakel vormen voor de volledige realisatie van de kosmische vibratie.
  43. Als de yogi de eenheid van het universum waarneemt als goddelijke vibratie, wat valt er dan nog te zeggen? Hij zal de pracht zelf kunnen aanschouwen!
  44.  Als men alles observeert vanuit het standpunt van de goddelijke vibratie (spanda) kan men niet gekwetst worden door een ander.
  45. Degene die beperkt wordt door de duistere krachten van gebondenheid wordt slachtoffer van woorden.
  46. Gevangen door de subtiele indrukken van de zintuigen en mentale beelden verdwijnt het ambrozijn van onsterfelijkheid en vergeet het individu zijn inherente vrijheid.
  47. De kracht van het woord staat altijd paraat om de ware aard van het individu te verhullen omdat ideeën niet bestaan zonder tussenkomst van woorden.
  48. De handelende kracht (Shakti) van zuiver bewustzijn (Shiva) houdt de gewone mens gevangen. Maar als deze kracht gekend en gerealiseerd wordt als een pad naar het ware zelf is bevrijding mogelijk.
  49. Belaagd door de subtiele indrukken van de zintuigen in gedachten, ego en intellect ervaart het beperkte individu pijn en plezier in het smartvolle rad van wedergeboorte. Ik leg nu uit hoe men kan ontsnappen aan deze kringloop:
  50. Stevig geworteld in de goddelijke vibratie van de werkelijkheid bevrijdt hij de stroom van ontstaan en vergaan en wordt een genieter en heerser over alle krachten.
  51. Hulde aan deze wonderbaarlijke redevoering van een meester, een boot om de onpeilbare oceaan van twijfel mee over te steken.
  52. Moge dit juweel van kennis alle mensen helpen om hun ware aard te realiseren en die zorgvuldig te bewaren in het diepste van hun hart.

Voetnoot en bronnen:

  1. Het absolute (chit) is respectievelijk prakasa (lumineus bewustzijn), vimarsa (zelfbewustzijn) en (svatantrya), vrije wil. ↩︎

Deze vertaling van de Spandakarika is gebaseerd op een aantal Engelse vertalingen van het Sanskriet door Shankarananda, Daniel Odier, Clare Frock, Gabriel Pradipika en Govinda Aghori.

Home » Yoga en meditatie informatie » Spandakarika in het Kashmir Shaivisme